INSOLAD Masterclass over faillissementen in de zorgsector

 

INSOLAD masterclass over faillissementen in de zorgsector
Mr. E.J. Luten - Cees Advocaten


Op 25 november 2025 organiseerde INSOLAD een masterclass over zorgfaillissementen, een onderwerp dat de afgelopen jaren aan actualiteit heeft gewonnen. Hoewel het totale aantal faillissementen in Nederland in 2025 volgens het CBS is afgenomen, blijft de zorgsector een kwetsbare sector waar faillissementen omvangrijke maatschappelijke en juridische gevolgen hebben. De bijeenkomst bood een overzicht van recente ontwikkelingen, het relevante juridische kader en de praktijkproblemen waarmee curatoren in de zorg te maken hebben. Het programma bestond uit een inhoudelijke presentatie en een paneldiscussie met vertegenwoordigers uit de zorgverzekeringswereld, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de faillissementspraktijk.
  1. Introductie: praktische uitdagingen voor curatoren
De masterclass begon met een schets van de huidige (zorg)faillissementsontwikkelingen door Marlous de Groot. Na een stijging van 31% in 2024 daalt het totaal aantal faillissementen in 2025 met circa 12%. Nederland wijkt daarmee af van de rest van Europa, waar faillissementen juist oplopen. Voor 2026 wordt echter weer een stijging verwacht. In de zorgsector was in de laatste twee maanden een opvallend hoog aantal faillissementen te zien in uiteenlopende domeinen: thuiszorg, welzijnszorg, jeugdzorg, ouderenzorg en cosmetische klinieken.

Curatoren krijgen bij zorgfaillissementen te maken met een spanningsveld tussen de wettelijke faillissementsdoelstelling van liquidatie enerzijds en de maatschappelijke noodzaak om zorgcontinuïteit te waarborgen anderzijds. Vrijwel direct na faillietverklaring moet worden beslist of en hoe de zorgverlening tijdelijk kan worden voortgezet, waarbij financiering, beschikbaarheid van personeel en medewerking van zorgverzekeraars cruciaal zijn. Personeel moet formeel worden ontslagen met een maximale opzegtermijn van zes weken, terwijl bij doorstart of zorgcontinuïteit vaak juist stabiliteit nodig is.

Een bijzonder aandachtspunt betreft de positie van zzp’ers, die niet onder de loongarantieregeling vallen en vaak als dwangcrediteur moeten worden beschouwd. Daarnaast moeten verzekeringskwesties, zoals aansprakelijkheidsverzekeringen, onmiddellijk worden veiliggesteld om zorgverlening op een juridisch verantwoorde wijze te kunnen voortzetten.
  1. Het juridisch kader rondom zorgfaillissementen
In het tweede deel van de masterclass bood Bruno Tideman een uitgebreid overzicht van het complexe regelgevingslandschap waarin de zorgcurator opereert. Zorginstellingen vallen onder een groot aantal wettelijke kaders, waaronder de Wkkgz, de Wet BIG, de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wmo, de Jeugdwet en de Wtza. Daarnaast is de AVG van groot belang, zeker wanneer het gaat om (medische) persoonsgegevens.
    1. Verwerkingsverantwoordelijkheid en AVG
Sinds enkele jaren is duidelijk dat de curator in faillissement verwerkingsverantwoordelijke wordt voor de persoonsgegevens van de gefailleerde instelling, voor zover hij daarover feitelijk beschikt. Dat geldt ook voor bijzondere persoonsgegevens, zoals medische gegevens, al ontbreekt op dit moment nog een expliciete wettelijke basis voor verwerking door de curator. De rechtmatigheid moet worden gevonden in artikelen 6 en 9 AVG, hetgeen in de praktijk tot knelpunten leidt.

Curatoren worden daarmee geconfronteerd met zware verplichtingen, zoals het opstellen van registers van verwerkingsactiviteiten, het treffen van adequate beveiligingsmaatregelen, het melden van datalekken en het naleven van rechten van betrokkenen.  De curator heeft vaak toestemming nodig voor verwerking van medische gegevens, terwijl een specifieke wettelijke basis ontbreekt. Dit leidt tot onzekerheid en risico’s.

De Autoriteit Persoonsgegevens ziet toe op naleving en kan boetes opleggen. Uit praktijkvoorbeelden bleek dat dossiers die bij een veiling ten onrechte niet waren gewist, kunnen leiden tot substantiële boetes.
    1. Bewaarplicht en inzagerecht
Een van de meest complexe vraagstukken betreft de wettelijke bewaarplicht. Medische dossiers moeten in beginsel 20 jaar worden bewaard, of langer indien uit goede zorgverlening volgt dat langere bewaring noodzakelijk is. Ook jeugdzorgdossiers vallen onder strikte bewaartermijnen. Het faillissement van een zorginstelling verandert deze verplichting niet: ook na faillissement moet de curator zorgdragen voor het veilig bewaren van dossiers.

Tegelijkertijd blijven patiënten hun inzagerecht behouden. De curator moet dat recht faciliteren, ook al heeft hij zelf geen inzage in de inhoud van het dossier vanwege het medisch beroepsgeheim. Hiervoor is in de praktijk medewerking van een hulpverlener noodzakelijk, wat in faillissementssituaties logistieke en kostenproblemen met zich meebrengt.
    1. Wetsvoorstel Verzamelwet Gegevensbescherming
Het wetsvoorstel Verzamelwet Gegevensbescherming beoogt een deel van deze knelpunten op te lossen. Onder meer wordt een nieuwe bepaling – artikel 68a Fw – geïntroduceerd die de curator een wettelijke basis geeft voor het verwerken van persoonsgegevens, inclusief bijzondere gegevens, voor zover dat noodzakelijk is voor het beheer en de vereffening van de boedel. Daarnaast wordt in de UAVG een regeling opgenomen voor het overdragen van medische dossiers aan een opvolgend hulpverlener zonder toestemming van de patiënt, met de verplichting tot geheimhouding voor de curator.

Tijdens de presentatie werd benadrukt dat deze wijzigingen voor de faillissementspraktijk van groot belang zijn, maar dat de Jeugdwet op dit moment nog niet wordt meegenomen in de voorgestelde oplossing.
  1. Paneldiscussie: inzichten uit het veld
Na de presentatie van het juridisch kader vond onder leiding van Els Doornhein een uitgebreide paneldiscussie plaats met vertegenwoordigers van zorgverzekeraars Zilveren Kruis en VGZ, de IGJ en een curator met ruime ervaring in zorgfaillissementen. De discussie richtte zich op drie hoofdonderwerpen: de startfase van een zorgfaillissement, doorstartmogelijkheden en het omgaan met patiëntendossiers.
    1. Startfase: samenwerking en financiering
In de eerste fase van een zorgfaillissement is snelle samenwerking tussen curator, zorgverzekeraars, IGJ en gemeenten noodzakelijk. De panelleden benadrukten dat direct duidelijkheid moet bestaan over financiering van zorgcontinuïteit. Een van de stellingen was dat zorgverzekeraars in faillissementssituaties de kosten van tijdelijke voortzetting of ordentelijke overdracht van zorg zouden moeten dragen. Dit leidde tot discussie: zorgverzekeraars zijn bereid samen te werken, maar benadrukten dat er geen wettelijke basis bestaat voor structurele voorfinanciering van faillissementskosten.
    1. Doorstart en zorgcowboys
Bij de keuze voor doorstartkandidaten speelt het belang van gezamenlijke schuldeisers in faillissementen een centrale rol. In de zorgsector komt daar echter een maatschappelijk belang bij: continuïteit en kwaliteit van zorg. De panelleden wezen op het risico van “zorgcowboys”: partijen die snel willen instappen zonder garanties voor kwaliteit of financiële stabiliteit. Curatoren moeten volgens het panel streng selecteren, maar kunnen daarbij gespannen verhoudingen ervaren tussen maximale opbrengst en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
    1. Bewaren van patiëntendossiers
Een onderwerp dat breed leefde binnen het panel is het vraagstuk van archivering en bewaarplicht. Het bewaren van elektronische patiëntendossiers voor 20 jaar is kostbaar en in faillissementen met een lege boedel feitelijk niet uitvoerbaar. Curatoren kunnen zelfs binnen die periode al met pensioen zijn gegaan; langdurige continuïteit in bewaring en toezicht is lastig en (zeer) kostbaar. Zorgverzekeraars, IGJ en curatoren gaven aan dat er breed draagvlak is voor een structurele oplossing, maar dat deze er nog niet is. Het ministerie van VWS werkt aan verbeteringen, maar concrete regelingen bestaan nog niet.
Een stelling dat dossiers beter vernietigd zouden kunnen worden als geen oplossing wordt gevonden, werd door het panel als juridisch onjuist en maatschappelijk onwenselijk gekwalificeerd. Wel werd benadrukt dat een realistische, uitvoerbare bewaarstructuur noodzakelijk is.
    1. Round tables
De paneldiscussie maakte duidelijk dat er eerder “round tables” hebben plaatsgevonden met verschillende betrokken partijen, zoals zorgverzekeraars, ministerie en curatoren. Hoewel deze gesprekken waardevol zijn, hebben ze tot op heden nog niet tot concrete acties geleid. De verwachting is dat er op korte termijn een vervolgsessie wordt georganiseerd waarin wél knopen kunnen worden doorgehakt.
  1. Slotbeschouwing
De masterclass maakte duidelijk dat zorgfaillissementen bijzondere aandacht vergen vanwege de combinatie van juridische complexiteit en maatschappelijke impact. De curator wordt geconfronteerd met een veelheid aan verplichtingen, die in de huidige wetgeving onvoldoende aansluiten op de praktijk. De Verzamelwet Gegevensbescherming biedt oplossingen, maar laat op onderdelen – zoals de Jeugdwet – nog lacunes bestaan.

Belangrijke thema’s blijven: de financiering van tijdelijke zorgcontinuïteit, de doorstart van instellingen, de omgang met medische dossiers en de rolverdeling tussen curator, zorgverzekeraars, IGJ en het ministerie. De paneldiscussie liet zien dat deze problematiek breed wordt erkend en dat er bereidheid tot samenwerking bestaat, maar dat structurele oplossingen nog in ontwikkeling zijn.

De masterclass bood daarmee een waardevol en breed inzicht in de knelpunten van zorgfaillissementen en de belangrijkste lijn naar de toekomst: meer samenwerking, duidelijkere wetgeving en praktische handvatten voor curatoren die zich geconfronteerd zien met deze steeds vaker voorkomende en maatschappelijk gevoelige faillissementen.
 
 
Top